Overslaan naar de hoofd content

Gusto Casa Spanje

klimaat Costa Blanca Noord Spanje

Klimaat en woonwijken in Noord-Costa Blanca: van Pego tot Altea

De Costa Blanca is booming, maar waar wil je wonen? Er waren mensen bij ons borrelen en toen ging het over huizen kopen. De voors- en tegens. Mooie locaties en de minpunten. Vrij snel kregen we het over de Cumbre del Sol. De wijk is echt prachtig. Als je het niet weet, dan lijkt de prijs- kwaliteitverhouding daar fantastisch. Maar de mensen die daar in de winter gewoond hebben zijn vaak wat minder enthousiast. Een groot gedeelte ligt wat meer in de schaduw en het is er vochtig. Maar ook de enorme wind die daar soms is. Dat maakt toch vaak dat je sneller naar binnen gaat. Niet overal op de Cumbre is dat zo. Maar wel op veel plekken. Net zoals wonen bij de Montgo. De ene kant is zonnig en droog, aan de andere kant woon je vochtig en in de schaduw in de winter.

Het is goed om te bedenken wanneer je het huis voornamelijk wil gebruiken. Wat belangrijk voor jou is en welke plekken zijn enigszins vergelijkbaar, maar een betere prijskwaliteit verhouding? We bekijken per plaats welke wijken er zijn, hoe de ligging is qua hoogte, wind, regen en zon, welke plekken warmer of juist koeler zijn, en hoe het zit met vocht, droogte en eventuele overstromingen. Tot slot vergelijken we de dorpen onderling: waar zit je ’s winters in de schaduw, welke plekken zijn het zonnigst en droogst, waar heb je de mooiste uitzichten en welke locaties zijn het meest geliefd om te wonen?

Pego – Groene Vallei en Monte Pego

  • Wijken: Pego centrum (Spaans stadje in de vallei), Monte Pego (heuvelurbanisatie met villa’s), en omliggende agrarische gebieden (rijstvelden en citrusboomgaarden in de Pego-vallei).

Pego ligt landinwaarts in een vruchtbare vallei, omgeven door bergen en grenzend aan het moeras-natuurgebied Marjal de Pego-Oliva. De dorpskern bevindt zich op geringe hoogte (zo’n 80 meter boven zeeniveau) vlak bij het vlakke moerasland. Door deze beschutte ligging, dicht bij de zee en omgeven door bergen, heerst er een uitstekend microklimaat voor landbouw. Het is een permanent vochtig gebied dankzij de rivieren en bergbronnen die de vallei voeden.

Dit betekent dat Pego relatief groen is met rijstvelden. Dat is uniek voor de regio Alicante. De luchtvochtigheid is hier hoog. Toch zijn de winters mild en de zomers warm. In januari is het overdag ca. 16°C. ’s Zomers kan het er in de vallei heet worden (30+°C), maar de nabijheid van de zee zorgt ’s avonds vaak voor enige afkoeling. Dit dorpje is nog heerlijk authentiek. Er komen steeds meer Nederlanders te wonen. Maar je kinderen krijgen echt nog Valenciaans op school en zitten met Spaanse kindjes op school. Je hebt er authentieke restaurants en barretjes, een leuk dorpsplein en toch ben je met maar 15 minuten in Denia.

Klimaat & Ligging: Pego’s vallei opent richting de kust naar het noordoosten, waardoor zeebries en wolken tot in het binnenland kunnen doordringen. In de herfst kan de omliggende bergenrand regenwolken ‘uitknijpen’, wat in september/oktober voor de hoogste neerslag zorgt. Maar ook dat is relatief met maandtotalen van 100 mm. Het vlakke land van de Marjal functioneert als natuurlijke opvang voor overtollig water. Bij hevige mediterrane stortbuien kan het moerasgebied deels onder water lopen, waarmee wateroverlast in de dorpskern meestal wordt voorkomen. De hogere wijk Monte Pego ligt op de flank van een heuvel (ca. 200 m hoogte) en biedt spectaculaire uitzichten op de rijstvelden, bergen en de Middellandse Zee in de verte. Wonen op deze hoogte betekent een aangename bries en iets koelere avonden in de zomer, maar ook meer blootstelling aan wind in het algemeen.

In de winter krijgt Monte Pego veel zon. Maar de huizen die volledig noordelijk georiënteerd zijn, kunnen wat langer schaduw en frisheid behouden in de koudste maanden. Al met al is Pego iets koeler in de nacht en iets warmer overdag. Dit komt omdat het dorp niet direct aan zee licht. Toch is het verschil niet heel groot met bijvoorbeeld Oliva, omdat Pego in open verbinding staat met de kust. De vallei kan op winterochtenden nevelig zijn door de vochtige grond, terwijl ’s middags de zon vrijwel dagelijks doorbreekt. Onze ervaring is wel dat het hier op het strand vaak toch net wat harder waait.

Leefomgeving: Pego is een Spaans dorp met een authentieke sfeer, omringd door groen. Qua klimaat is het iets natter en weelderiger dan de zuidelijker gelegen kustplaatsen, maar nog steeds mediterraan mild. Dit is een rustig gebied; geliefd bij natuurliefhebbers en agrariërs, maar minder in trek voor strandtoeristen (het strand ligt op 15 km afstand via Oliva). Dit is nog steeds maar ca. 10 tot 15 minuten met de auto naar het strand. Dus waar hebben we het over? Wonen op Monte Pego is populair bij buitenlanders die houden van uitzichten en rust. Houd er rekening mee dat de nabijheid van water en rijstvelden ook muggen kan aantrekken in de warmere maanden. Ten opzichte van andere dorpen is Pego iets vochtiger, maar ook erg zonnig. De winters zijn er zacht en vorst is zeldzaam.

Dénia – Havenstad met wijken van aan het strand tot op de berg

  • Wijken: Centrum & Haven (historische stad en commerciële haven), Las Marinas (langgerekte zandstranden ten noordwesten van het centrum), Las Rotas (ruige zuidkust met rotsen en villa’s), Montgó/La Pedrera (woonwijken op de flanken van de Montgó-berg).

Dénia is een levendige kuststad gelegen aan de voet van de Montgó-massief en strekt zich zowel langs de stranden als richting het bergachtige binnenland uit. De ligging is vlak aan zee, met het Montgó-gebergte (753 m) direct ten zuidwesten van de stad. Deze markante berg beïnvloedt het lokale klimaat sterk. Echt, deze berg is prachtig. Dankzij de beschutte ligging door omliggende bergen en de nabijheid van de Middellandse Zee blijft het klimaat hier gematigd en aangenaam, zonder extreme kou of hitte.

Klimaat: In de wintermaand januari schommelt de middagtemperatuur rond de 16–17°C. Zomers liggen de maxima rond 30°C tot 35°C . Dénia heeft veel zonuren per jaar en profiteert van verkoelende zeewindjes in de zomer, waardoor het zelden onaangenaam heet wordt. Al is onze ervaring wel dat echt in het stadje zelf het midden in de zomer een beetje als een föhn aan kan voelen. Wel staat Dénia meer open voor de oostelijke zeewind (Levante). Met name aan de zuidkant bij Las Rotas blaast de wind vanaf open zee direct aan land. Dit zorgt ’s zomers voor verfrissing, maar in januari kan zo’n vochtige zeewind snijdend fris aanvoelen. Dan wil je echt je dikke winterjas aan.

De noordelijke wijk Las Marinas, richting Oliva, is vlak en ligt meer beschut ten opzichte van bergwinden. Hier kan op warme dagen een zeebries opsteken die in de namiddag een aangename afkoeling geeft (ideaal voor wind- en kitesurfers). Hier zijn ook verschillende surfspots te vinden. Denia is voor ons wel een grote favoriet. Goede restaurants, leuke winkels, strand, de haven en de boot naar Ibiza.

Microklimaat & verschillen: Interessant is het microklimatologisch verschil tussen Dénia en buurplaats Jávea, slechts 8 km verderop maar gescheiden door de Montgó. Wanneer in de regio een westenwind waait, treedt er een föhn-effect op de lucht stijgt aan Dénia-zijde tegen de berg op en daalt richting Jávea af via zee. Hierdoor kan Dénia het op zo’n dag juist warmer krijgen dan Jávea. Zo werd op een dag 37°C gemeten in Dénia tegenover 30°C in Jávea, puur door de invloed van de Montgó. Over het algemeen is Dénia iets droger en warmer in de zomer dan sommige omliggende dorpen, en valt regen vooral in voor- en najaar.

Denia heeft in de winter echt veel meer regen. De Montgó houdt dan de regen tegen voor Jávea en valt dan in Denia. Jaarlijks valt er rond 500–600 mm neerslag, vaak geconcentreerd in het najaar (september/oktober/november). De stad heeft in het verleden incidenteel last gehad van overstromingen in lagergelegen straten tijdens gota fría-buien, met name wanneer de droge rivierbeddingen (rambla’s) vollopen. Dénia heeft stukken waar er overstromingsgevaar is. Dénia’s centrum en haven liggen echter direct aan zee en op iets verhoogd terrein bij het kasteel, waardoor water doorgaans snel wegstroomt richting zee. Onze collega uit Utrecht is er heel trots op dat hij de sneeuwschuiver uit Denia weleens heeft gezien. Gelukkig blijft die eigenlijk altijd binnen en is die zo goed als nieuw ;). Grappig feitje, rond 15.00/16.00 uur begint het eigenlijk altijd te waaien vanaf zee.

De Montgó-berg domineert Dénia aan de noordkant en Jávea; aan de zuidkant. Dénia vangt de volle zeebries (Levante) vanaf de Middellandse Zee. Woningen op de flank van de Montgó zijn beschut tegen noorderwind, wat bijdraagt aan het milde microklimaat in dit gebied. Maar wonen net onder aan de Montgó zorgt er wel voor dat je in de winter in de schaduw woont en het vochtig is.

Woonwijken & zon/shaduw: In Dénia zijn de contrasten groot tussen de wijken. Las Rotas (zuidelijke kuststrook) is geliefd om zijn ruige kustlijn, pijnbomen en villa’s met zeezicht, maar deze zone krijgt minder ochtendzon vanwege de berg en meer wind van zee. In de winter kan de Montgó hier vroeg schaduw werpen in de namiddag, aangezien de zon lager staat en de berg in het zuidwesten de laatste zonnestralen tegenhoudt. 

La Pedrera/Montgó (tegen de helling van de Montgó) geniet juist van bescherming tegen de koude noordenwind en heeft veel huizen op het zuiden, wat een warm winterzonnetje oplevert. Deze Montgó-wijken staan bekend om hun zeer milde microklimaat het hele jaar door, maar ook hier moet je oppassen voor vocht en schaduw.

Las Marinas (noordwestelijke uitgestrekte strandwijken) is vlak en open; hier heb je de hele dag zon en vaak een bries. In de winter kan het er ’s nachts iets koeler zijn landinwaarts richting Pego, maar overdag warmt het snel op in de zon. Dénia is daarnaast een echte stad met het hele jaar door leven. Vergeleken met de kleinere dorpen heeft Dénia meer voorzieningen en reuring, en dat merk je ook aan de leefomgeving: iets meer verkeer en stadsgeluiden, maar ook de faciliteiten van een gastronomie-hoofdstad (Dénia is door UNESCO uitgeroepen tot creatieve Stad van de gastronomie). Hierdoor trekt Dénia mensen aan die jaarrond willen wonen met stadse gemakken, terwijl het klimaat toch heerlijk mediterraan blijft.

La Xara – Landelijk dorp bij Dénia

  • Wijken: La Xara dorpskern en buitengebied (landerijen en nieuwbouw buiten het centrum).

La Xara is een klein dorpje net ten westen van Dénia, op slechts een paar kilometer van de kust. Het ligt in vlak landbouwgebied op ca. 50 m hoogte, tussen Dénia en Ondara, dicht bij de toegang tot de autosnelweg.

Klimaat: La Xara deelt grotendeels het klimaat van Dénia: mild en zonnig mediterraan. Omdat het net een paar kilometer landinwaarts ligt, kan het er in de zomer een graadje warmer zijn en in de winter ’s nachts iets koeler dan direct aan zee. Overdag is het in januari meestal 15-17°C en in juli/augustus rond 32°C. De zeebries bereikt La Xara gemakkelijk doordat er geen hoge obstakels tussen liggen, de weg naar Dénia is open. Hierdoor profiteert La Xara in de zomer van ventilatie in de namiddag vergelijkbaar met de kust. In de winter kan bij heldere nachten grondmist ontstaan boven de vlaktes en akkers rond het dorp, maar die trekt meestal ’s ochtends snel op.

Ligging & wijken: La Xara heeft een traditionele dorpskern en wat nieuwbouw aan de rand. Het ligt op het vlakke deel van de Marina Alta, met de berg Montgó zichtbaar richting het oosten. Hoewel Montgó op enige afstand staat, kan deze berg bij oostenwind enige luwte geven aan La Xara, aangezien de hardste zeewind direct tegen de Montgó slaat bij Dénia. La Xara zelf heeft geen uitgesproken microklimaat; het is te beschouwen als een buitenwijk van Dénia qua weer. Neerslag en zonuren zijn vergelijkbaar met Dénia. Door de nabijheid van de groene vallei van de Río Alberca (die vanuit Pedreguer naar de kust loopt) kan La Xara iets meer vochtige lucht krijgen na regen, maar echte wateroverlast is ongebruikelijk omdat het dorp iets hoger ligt dan de omliggende velden.

Wonen: La Xara is geliefd bij mensen die rustig landelijk willen wonen maar toch dicht bij Dénia en het moderne ziekenhuis van Dénia (dat net buiten La Xara ligt). Het biedt een mix van traditionele fincas en nieuwe huizen. Ten opzichte van andere dorpen is La Xara zeer klein en landelijk. Het mist de zeedirecte ligging van bijvoorbeeld Moraira of Altea, maar daar staat tegenover dat het erg authentiek en rustig is. In het dorpje vind je ook een aantal hele goede restaurants echt een dikke tip. Een wijnbar El Raco de la Xara en El Carreter (sterwaardig maar dan goede prijzen). Het klimaatverschil is minimaal, al voelt de zeelucht misschien nét iets minder vochtig aan dan direct aan het strand. In de winter is er volop zon, alleen als je direct naast een berghelling woont (wat in La Xara niet echt het geval is) zou je vroegschaduw hebben.

Jesús Pobre – Charmant dorp aan de Montgó (zuidkant)

  • Wijken: Jesús Pobre dorp (compact centrum), verspreide finca-gebieden eromheen (o.a. richting Gata de Gorgos en Montgó-zuidhelling).

Jesús Pobre is een schilderachtig dorpje gelegen op de zuidflank van de Montgó, tussen Dénia en Jávea in, maar iets landinwaarts. Het is eigenlijk het verlengde van Jávea. Het ligt op ongeveer 110 m hoogte op een terrasvormige heuvelrug. 

Klimaat: Dankzij de nabijheid van de Montgó-berg geniet Jesús Pobre van een uniek microklimaat. De enorme berg beschermt het dorp tegen de koele noordenwind en oostenwind. De Montgó zelf werkt als een klimaatbuffer. De huizen aan de bergflank zijn beschut tegen gure wind, wat resulteert in milde temperaturen het hele jaar door. In de praktijk betekent dit dat Jesús Pobre iets warmer en zonniger is in de winter dan omliggende vlakke gebieden.

De gemiddelde wintermiddagtemperatuur ligt rond 15°C, maar in beschutte hoekjes in het dorp kun je op zonnige dagen in januari al aangenaam buiten zitten. ’s Nachts kan het, door de iets hogere ligging, wel iets harder afkoelen dan bijvoorbeeld in Jávea aan zee. De koude lucht stroomt van de berg de vallei in. In de zomer zijn de temperaturen hoog (30+°C), maar vaak waait er een zacht briesje vanuit de richting van Gata de Gorgos of de Jalon-vallei dat voor verlichting zorgt.

Ligging & zon: Jesús Pobre is oostelijk georiënteerd ten opzichte van de Montgó, maar ligt wel aan de zuidkant van de Montgó. In de ochtend komt de zon op vanaf de richting Jávea. ’s Zomers volop, maar in de winter kan de Montgó de eerste zonnestralen een uurtje vertragen als je heel dicht onder de berg woont. Tegen de avond profiteert het dorp juist van de open westkant. De zon gaat onder richting de vlaktes van Pedreguer, dus Jesús Pobre heeft lang licht.

De winterzon staat laag in het zuidwesten, maar gelukkig bevindt zich daar geen hoge bergwand die voor schaduw zorgt. De Montgó ligt ten noordoosten. Hierdoor krijgt Jesús Pobre zelfs midden in januari nog middagzon, in tegenstelling tot bijvoorbeeld sommige plekken aan de noordkant van de Montgó die dan al vroeg in de schaduw zitten. Neerslag is vergelijkbaar met Jávea: vooral in het najaar kunnen stevige buien vallen, die aan de Montgó-flank wat extra regen kunnen lossen. Echter, Jesús Pobre ligt hoog genoeg om niet te lijden onder wateroverlast; regenwater stroomt weg naar lagergelegen vlaktes.

Karakter: Het dorpje heeft een authentieke sfeer en is minder toeristisch dan de kustplaatsen. Door zijn ligging in de luwte van de Montgó en het groene omliggende landschap is het erg geliefd bij rustzoekers. In vergelijking met de drukkere kustdorpen is Jesús Pobre koeler in de zomeravond (fijne afkoeling door bries) en nét iets frisser in de vroege ochtend in de winter. Het verschil is klein, maar noemenswaardig voor klimaatgevoelige bewoners.

De lucht is zeer zuiver door de nabijheid van het Montgó natuurpark. Jesús Pobre is daarmee een van de best bewaarde geheimen van de Marina Alta een plek met “Montgó-effect” (aangenaam microklimaat) zonder de drukte van de kust. Op zondag is hier een authentieke ambachtelijke markt. De lekkerste ingrediënten, mooiste sieraden en keramiek. Het sfeertjes is echt fantastisch. Live muziek, verse koffie of een drankje en zitten op de klapstoeltjes in de zon. Wij gaan er vaak ontbijten. Hoogzomer is de markt ’s avonds dan zit je onder de prikkabel lichtjes met een goed glas wijn te genieten van de muziek en het uitzicht.

Pedreguer (en La Sella) – Binnenlands wonen met uitzicht

  • Wijken: Pedreguer dorp (centrum op heuvel), La Sella (golfresort en villawijk op de berghelling tussen Pedreguer en Dénia), Monte Solana en andere urbanisaties (villawijken aan de rand van Pedreguer).

Pedreguer ligt iets landinwaarts, aan de voet van heuvels die de overgang vormen tussen de kustvlakte en de bergachtige binnenlanden. Wij wonen zelf in dit dorp. Het dorp zelf ligt op ca. 80 m hoogte en kijkt uit over de Orba-vallei richting de kust. 

Klimaat: In Pedreguer ervaar je een typisch mediterraan binnenlandklimaat, maar wel gematigd door de nabijheid van zee op 10 km afstand. Zomers worden warm (vaak 2-3°C warmer dan direct aan het strand), met temperaturen die in juli/augustus rond 33–35°C kunnen pieken op het heetst van de dag. ’s Nachts koelt het iets beter af dan aan zee, omdat de open valleien de warmte uitstralen. Winters zijn zacht: overdag gemiddeld 15–17°C in januari, al kunnen nachten in Pedreguer bij helder weer afkoelen tot rond 5°C door het uitgesproken landeffect. De bergen rondom (o.a. Muntanya Gran en de Segària-bergrug) bieden beschutting tegen noordenwind en vangen buien op. Daardoor is Pedreguer iets droger dan bijvoorbeeld de nabijgelegen kuststrook: de jaarlijkse neerslag ligt rond de 450–500 mm. De meeste regen valt in de herfst.

Ligging & wind: Pedreguer ligt in een kom tussen heuvels. Richting het oosten opent de vallei zich naar de kustvlakte bij Ondara, wat betekent dat zeelucht binnendringt en op warme dagen een bries vanuit de oostelijke richting voor verkoeling kan zorgen. Er zijn hier ook veel huizen die zeezicht hebben ondanks dat het landinwaarts ligt. Tegelijk is de vallei enigszins afgesloten voor harde zeewinden. Het is er doorgaans minder winderig dan op een open heuvel aan de kust. In de wintermaanden staat de zon lager. Pedreguer ontvangt volop middagzon. Alleen tegen de avond zakt de zon achter de westelijke heuvels en kan het snel afkoelen. In sommige lage delen rond Pedreguer kan ochtendmist ontstaan in de winter, maar dat trekt meestal snel weg.

  • La Sella: Deze luxe wijk en golfresort ligt op de berghelling ten noorden van Pedreguer, tegen de zuidflank van de Muntanya de la Sella (onderdeel van Montgó-massief). La Sella bereikt hoogteverschillen tot 200-250 m. Hierdoor heeft het fenomenaal uitzicht richting de kust en Dénia. Het microklimaat van La Sella is vergelijkbaar met dat van Montgó/Jávea: door de zuidwestelijke oriëntatie en de berg als ruggensteun is het beschermd tegen noordenwind en profiteert het van veel zon. In de winter is La Sella geliefd bij overwinteraars omdat de temperaturen er aangenaam blijven en het terrasweer vaak mogelijk is. Wel kan op grotere hoogte de wind vrij spel hebben; op winderige dagen merk je boven op La Sella meer windvlagen dan beneden in Pedreguer. De nachten zijn er iets koeler door hoogte.

Wonen & vergelijken: Pedreguer is een echt Spaans werkdorp met minder toerisme dan de kustplaatsen. Het is populair bij mensen die ruimte en rust zoeken, maar toch binnen 15 minuten rijden aan het strand of in Dénia willen zijn. In vergelijking met kustdorpen als Moraira of Jávea is Pedreguer zomers heter en ’s winters iets kouder in de nacht. Vochtigheid is hier gemiddeld lager. Na een warme dag koelt het sneller af, waardoor de avonden aangenamer droog zijn. Overstromingen zijn niet echt een probleem. Pedreguer ligt verhoogd en water stroomt af richting de vlakke randen (waar landbouwgrond het opvangt). 

La Sella is een gewilde woonlocatie dankzij het uitzicht en de faciliteiten (golfbaan, padelbaan en luxe sporthotel). Hier geniet men van een briesje en panorama, maar men moet rekening houden met wat meer wind en zonkracht vanwege de hoogte en open ligging. Over het geheel biedt Pedreguer en omgeving een wat rustiger, droger en warmer klimaat vergeleken met direct aan zee, ideaal voor wie van een landelijk woonklimaat houdt zonder de extreme hitte van het diepere binnenland.

Jalón (Xaló) – Wijndorp in de zonovergoten vallei

  • Wijken: Jalón dorpskernvalleibuurten (o.a. huizen langs de Jalon-rivier en de omliggende wijngaarden). Jalón is de hoofdplaats van de Vallei van de Pop (Jalón-vallei) en omringd door kleinere dorpen.

Jalón ligt ongeveer 20 km landinwaarts in een breed dal omgeven door bergketens zoals de Sierra de Bernia (zuidelijk) en de Coll de Rates-heuvels (noordelijk). De vallei ligt op circa 250 m hoogte. 

Klimaat: Dankzij deze beschutte ligging geniet de Jalón-vallei van een eigen microklimaat dat door kenners wordt geroemd als een van de beste van Spanje. Het is typisch mediterraan, met hete zonnige zomers en milde winters. In de praktijk kan het in de zomer zeer heet worden (35°C is geen uitzondering in juli/augustus), maar de lucht is relatief droog en ’s avonds koelt het af tot ca. 20°C, wat de nachten draaglijk maakt. In de winter zijn dagen overwegend zonnig en zacht. Het is 14–17°C overdag in januari en doorgaans heldere luchten.

’s Nachts kan het in Jalón flink afkoelen omdat de vallei warmte verliest onder heldere hemel, minimaal temperaturen rond 2–4°C komen wel eens voor, en incidenteel lichte nachtvorst op open veld. Omdat de vallei van alle kanten door bergen omsloten is, staat er weinig wind. Dit gebrek aan koude wind, gecombineerd met veel zonuren, maakt dat overwinteraars dit klimaat heerlijk vinden. Sommige bronnen noemen een deel van de Jalón-vallei als plek met het allerbeste microklimaat van de Costa Blanca, vanwege de mix van relatief hoge temperaturen in de winter, lage luchtvochtigheid en luwte.

Neerslag & overstroming: De jaarlijkse regenval in Jalón is vergelijkbaar met de rest van Marina Alta (rond 500 mm per jaar), maar de verdeling is anders. Doordat hoge gebergtes (zoals Bernia) de zeewolken tegenhouden, valt een groot deel van de regen tegen de berghellingen aan (Bernia-zuidkant krijgt meer neerslag). Jalón zelf ziet vaak de dreigende wolken tegen de bergen opstapelen, waarna er locale stortbuien kunnen ontstaan die de rivierbeddingen vullen. De Jalon-rivier (Gorgos) stroomt door het dorp en kan bij zware herfstregens tijdelijk veranderen in een wilde stroom, toch grootschalige overstromingen zijn zeldzaam en beperken zich doorgaans tot de velden buiten het dorp. In oktober 2007 bijvoorbeeld steeg de rivier aanzienlijk, maar het dorp zelf bleef grotendeels droog.

Ligging en zon: De oriëntatie van de Jalón-vallei is oost-west. ’s Ochtends komt de zon vlot over de oostelijke heuvels en baadt Jalón al vroeg in zonlicht. De hoge Sierra de Bernia aan de zuidkant van de vallei zorgt er wel voor dat de laagstaande winterzon in de namiddag eerder achter de bergen verdwijnt. In december kan het bijvoorbeeld rond 15:30–16:00 al schemeren in Jalón omdat de zon achter Bernia zakt.

De noordzijde van de vallei (waar onder andere het dorp Llíber ligt) ligt pal op de zuidkant gericht, dus die vangt maximaal winterzon, terwijl de zuidzijde (tegen Bernia aan) langer in de schaduw blijft. Dit betekent dat locaties direct onder de Bernia-rand (zoals sommige fincas daar) in januari pas later op de ochtend zon krijgen en al vroeg weer schaduw hebben – het kan er kil zijn in de winter. Het dal zelf krijgt echter midden op de dag volop zon en warmt dan merkbaar op.

Wonen & sfeer: Jalón is bekend om zijn wijngaarden en weekmarkt (& een rommelmarkt) en heeft een gemoedelijke Spaanse sfeer. Het is populair bij zowel Spanjaarden als buitenlandse residenten die houden van natuur (wandelen, fietsen) en rust, maar toch een gemeenschap en voorzieningen in de buurt willen. In vergelijking met de drukkere kustplaatsen is Jalón stiller en een paar graden kouder in de winternachten, maar ook vrij van zeevocht en zeemist. Het schattige dorpspleintje heeft een paar restaurantjes, maar door de vallei verspreid vind je ook echt toffe authentieke restaurants.

De luchtvochtigheid is hier lager, waardoor de hitte minder drukkend aanvoelt en reuma- en astmapatiënten zich vaak beter voelen door de droge warmte. Jalón biedt dus een zonnig en droog klimaat men zit er letterlijk in het binnenland ‘bakoventje’, wat voor zonzoekers ideaal is. Toch is het geen extreme woestijnhitte, dankzij de relatief kleine afstand tot de zee, waardoor af en toe een bries doorkomt. Al met al onderscheidt Jalón zich door meer continentaal weer binnen de gematigde Costa Blanca-context. Het is heter op piekdagen, frisser in de late uurtjes, super zonnig en weinig wind. Veel mensen beschouwen dit microklimaat als optimaal voor hun gezondheid.

Llíber – De idylle in de vallei van de Pop

  • Wijken: Llíber dorpskernvalleihuizen (verspreide woningen tussen Llíber en Jalón, vaak op wijngaarden of amandelgaarden).

Llíber ligt op slechts 2 km van Jalón, in dezelfde vallei, en deelt dus grotendeels het klimaat met Jalón. Het dorpje zelf ligt aan de noordzijde van de Jalon-rivier, tegen zonovergoten zuidhellingen aan. Wij vinden het hier echt helemaal prachtig.

Klimaat: Llíber geniet van veel zon en iets mildere nachten vergeleken met Jalón, omdat het net iets lager en beschutter ligt. Overdag is het in de zomermaanden vergelijkbaar (heel warm, 35°C pieken mogelijk), maar ’s avonds is Llíber vaak net iets warmer dan Jalón, vermoedelijk doordat koude lucht in de nacht naar het laagste deel van de vallei (bij de rivierbedding rondom Jalón) zakt. Llíber ligt iets hoger op de helling, waardoor de koudste luchtlaag vaak onder het dorp door glijdt. Hierdoor ervaren bewoners van Llíber doorgaans minder vorst en mist dan op de vallei bodem. In de winter kan Llíber dus een paar graden warmer blijven in de nacht dan Jalón zelf, een klein microklimaatverschil binnen de vallei.

Overdag profiteren de huizen in Llíber vol van de zuidoriëntatie. De huizenblokken zijn op de zon gericht en Bernia ligt achter het dorp (ten zuiden), waardoor Llíber in de ochtend en vroege middag veel zon heeft tot Bernia de zon verbergt. Net als Jalón zit Llíber in de regenschaduw van de bergen. Veel buien lossen hun meeste neerslag al op de omliggende bergen, zodat het dorp relatief weinig regen ziet. Wanneer er hevige regen valt, stroomt het water via rambla’s richting de Gorgos-rivier; Llíber zelf ligt wat verhoogd en heeft weinig last van overstromingen.

Karakter & verschillen: Llíber is kleiner en rustiger dan Jalón, zonder grote supermarkten of markten, maar juist dat geeft het dorp zijn serene charme. Het mini dorpspleintje is wel echt leuk. Het klimaatverschil met Jalón is minimaal, maar voor de fijnproever: Llíber kan nog nét wat beschutter en milder aanvoelen. Waar Jalón op de vallei bodem soms een ochtendnevel heeft, kijk je in Llíber daar van bovenaf op neer met een kopje koffie in de zon.

Ten opzichte van de kust is Llíber duidelijk droger (de lucht is kurkdroog in juli/augustus, waardoor de hemel strakblauw is en nachten flink afkoelen) en kent het minder winterneerslag. De weinige wind die door de vallei waait, voel je in Llíber wel wat meer als het uit noordelijke richting komt, omdat het dorp openligt naar het noorden (richting Sierra de Segària). Maar harde noordenwind is zeldzaam hier. Llíber is daarmee een droomplek voor wie van landelijk, zonnig en microklimatologisch ideaal houdt. Niet voor niets hebben vele noord-Europeanen zich op de heuvels rond Llíber gevestigd, genietend van wijnvelden-uitzichten en meer dan 300 dagen zon per jaar. Let wel op, heel veel huizen zijn hartstikke illegaal in Llíber.

Jávea (Xàbia) – Drie gebieden en uniek microklimaat

  • Wijken: Arenal (strand- en boulevаrddistrict), Puerto (haven en visserswijk), Pueblo (historisch centrum landinwaarts), en diverse villawijken: o.a. Montgó/Ermita (villawijken aan de Montgó-berg), Balcón al Mar/Cabo de la Nao (kaap met kliffen en vuurtoren), Adsubia/Tosalet/Pinosol/Cap Marti (villawijken nabij Arenal), La Corona (heuvel bij de haven), Costa Nova (zuidelijker villawijk)

Jávea is een van de meest populaire woonplaatsen aan de Costa Blanca Noord, mede dankzij het microklimaat dat vaak als een van de beste ter wereld wordt bestempeld. Ineens duiken er ook allemaal influencers op en stond er een stuk in de krant dat het het nieuwe Ibiza is. Er zitten hier Internationale scholen, dat maakt het extra geliefd. De gemeente strekt zich uit rond een brede baai en twee kapen (Cabo de San Antonio in het noorden en Cabo de La Nao in het zuiden). De imposante Montgó-berg (753 m) scheidt Jávea van Dénia en waakt over de stad aan de noordwestkant. 

Klimaat: Jávea heeft milde winters en niet al te hete zomers vergeleken met het binnenland. Een vaak aangehaalde studie stelde dat Jávea het op één na gezondste klimaat ter wereld heeft (na Rio de Janeiro), met gematigde temperaturen het jaar rond. In december/januari is het gemiddeld 15 °C overdagen ’s nachts zelden onder de 5 °C. Sneeuw of vorst is uiterst zeldzaam; de laatste keer dat er sneeuw viel in Jávea was in 2016. Zomers liggen de maxima rond 30–32 °C, maar vaak is er een zeebries en blijft het aan de kust iets koeler dan in het binnenland. Opvallend is dat Jávea zeer veel zonuren heeft, zo’n 325 dagen zon per jaar, ofwel ruim 2800 uur zonneschijn. De combinatie van zeelucht en beschutting door bergen zorgt voor een stabiel en aangenaam klimaat met weinig extremen.

Montgó-effect: De Montgó-berg speelt een cruciale rol in Jávea’s klimaat. Ten eerste beschermt hij grote delen van Jávea tegen de koude noordenwind (Tramontana). Vooral de wijken direct aan de zuid- en oostflank van de Montgó (zoals Montgó Garroferal, Rimontgó en Tosalet de Montgó) liggen in de luwte en genieten van windstille, zonnige dagen zelfs in januari. Dit resulteert in milde temperaturen: het Montgó-gebied is één van de plekken waar je ’s winters vaak buiten kunt ontbijten op het terras. Bovendien zorgt de Montgó ervoor dat westenwinden die over de berg heen komen, afdalen richting Jávea als warmere Llebeig-wind.

Hierdoor is Jávea bij bepaalde westcirculaties koeler dan Dénia in de middag (Dénia krijgt de föhn, Jávea de gematigde zeebries). Montgó heeft echter ook een effect op regenval: vaak vangt de berg wolken die dan hun regen op de hellingen lossen. Het gevolg is dat de verdeling van neerslag rond Jávea onregelmatig kan zijn. Toch hebben wij het gevoel dat de Montgó vaak de regen tegenhoud en er in Denia meer valt dan in Javea. In totaal valt er in Jávea circa 500-600 mm regen per jaar, met name in de late herfst (september t/m november) tijdens episodische gota fría buien. Deze buien kunnen in korte tijd veel regen dumpen, wat incidenteel tot wateroverlast leidt. Zo staat de laaggelegen Saladar (moerasvlakte bij de Arenal) eens in de zoveel jaar blank na extreme neerslag.

Vochtigheid: Jávea’s ligging aan zee en rondom een berg zorgt voor een relatief hoge luchtvochtigheid. Gemiddeld is de luchtvochtigheid 67%, wat hoog genoemd kan worden (zeker in de zomer). Dit betekent dat de warmte soms wat benauwd kan aanvoelen en dat er ’s ochtends dauw kan liggen. Tegelijk draagt deze vochtigheid bij aan het weelderig groene landschap (palm- en dennenbomen gedijen goed). Mensen met gevoelige luchtwegen merken wel verschil: Jávea voelt vochtiger aan dan bijvoorbeeld het drogere Moraira of de Jalón-vallei. Toch wordt dit klimaat als zeer gezond ervaren door de zuivere zee- en berglucht en de stabiliteit (weinige plotselinge weerswisselingen).

De Montgó-berg beschermt Jávea tegen de koude noordenwind en creëert een microklimaat met milde temperaturen het hele jaar door. Aan de voet van de Montgó liggen groene villawijken, terwijl in de verte de baai van Jávea zichtbaar is. Het uitzicht vanaf dit gebied is schitterend en de zon schijnt er circa 325 dagen per jaar.

Wijken & microklimaten: Jávea is uniek omdat het verschillende delen heeft met elk een eigen sfeertje en zelfs kleine klimaatverschillen:

  • Arenal-strand: ligt in het midden van de baai, gericht op het zuidoosten. In de zomer altijd iets windje van zee, in de winter vaak beschut en zonnig. De Arenal-zone profiteert van de open ligging. ’s Winters schijnt de zon van ’s ochtends tot in de namiddag rechtstreeks op de promenade. Alleen bij sterke oostenwind (Levante) kan het strand last hebben van wind en opspattend zeewater.
  • Haven (Puerto) & Playa Primer Muntanyar: dit noordelijke kustdeel van Jávea heeft een iets andere ligging, meer naar het noordoosten gericht. Het kan er iets winderiger zijn bij noordoostelijke wind. Ook vangt de haven iets minder middagzon in de winter. De terrasjes liggen in de middag in de schaduw. In de zomer is dit zelfs wel lekker. De Cabo de San Antonio (de klif ten noorden) kan tegen zonsondergang een schaduw werpen op het dorp. Echter, de verschillen zijn klein en ook hier is het mild.
  • Oude stad (Pueblo): ligt circa 2 km landinwaarts van de kust, op een lichte verhoging. De nauwe straatjes bieden luwte en schaduw, waardoor het er in de zomer aangenaam koel blijft in de namiddag. In de winter kan het centrum juist een paar graden kouder aanvoelen ’s nachts dan aan het strand, door het gebrek aan zeewarmte vlakbij. Overdag is er echter weinig verschil en de zon komt overal.
  • Montgó-gebied: dit is een van de meest geliefde woonwijken vanwege het microklimaat. Huizen aan de Montgó-flank zijn zuidgericht en genieten het hele jaar door van veel zon. Doordat Montgó hen beschermt tegen noordenwind, heerst hier een warme luwte. Men kan vaak 300 dagen per jaar buiten zitten zonder hinder van wind. In de winter kan het in dit deel van Jávea zomaar 3-4°C warmer aanvoelen dan op open plekken elders. Geen wonder dat dit een zeer gewilde wijk is voor permanente bewoning.
  • Balcon al Mar / Cabo La Nao: dit zuidelijke punt van Jávea (de kaap) heeft weer een wat ander microklimaat. Het steekt verder de zee in en vangt daardoor meer wind van verschillende kanten. In Balcon al Mar waait vaak een bries, wat in de zomer heerlijk verkoelend is. In de winter is deze kaap iets koeler en vochtiger; de zeelucht kan ’s nachts mistbanken vormen bij de vuurtoren. Deze wijk krijgt ’s ochtends prachtig de zonsopkomst, maar heeft in de winter na de middag minder zon doordat de zon dan achter het binnenland zakt en de hellingen op de kaap langdurige schaduw krijgen (oostelijke oriëntatie betekent na de middag al snel geen direct zonlicht meer). De temperaturen zijn mild, maar huizen hier hebben baat bij goede zuidoriëntatie voor winterzon.
  • Overige villawijken (Costa Nova, Tosalet, etc.): Deze liggen meer landinwaarts van Cabo La Nao en iets lager. Ze zijn iets beschutter en hebben meer pijnboombossen (wat schaduw geeft). Het microklimaat is vergelijkbaar met het Arenal-gebied warm, soms een tikje benauwd in hartje zomer door de bomen, maar zeer aangenaam in lente en herfst.

Wonen & geliefdheid: Jávea heeft door al deze facetten een enorme aantrekkingskracht. Het biedt uitzicht op zee en bergen, en dankzij de geografie kun je kiezen voor een wijk die past bij je voorkeur (wind vs. luwte, hoogte vs. vlak, levendig vs. rustig). Het Montgó-gebied geldt als exclusief en is erg in trek bij internationale kopers vanwege de ruimte en het jaarrond goede klimaat. Ook de urbanisaties bij Cabo La Nao zijn populair bij mensen die rust en natuur zoeken (vlakbij de Granadella- en Ambolo-baai).

De Arenal is dan weer gewild bij wie van strand en vertier houdt. Vergeleken met bijvoorbeeld Moraira is Jávea uitgestrekter en iets heter in de hoogzomer (omdat delen verder van open zee liggen), en ook vochtiger zoals eerder genoemd. Toch wordt het door de WHO beschouwd als een van de gezondste plekken om te wonen. Als je overweegt naar Spanje te verhuizen, is Jávea volgens velen een uitstekende keuze en wij merken dat ook veel van onze klanten zoeken hier hun droomhuis vanwege het unieke microklimaat en de internationale sfeer. Tegelijkertijd komt dat ook, omdat het een van de bekendste gebieden is.

Gata de Gorgos – ambachtelijk dorp

  • Wijken: Gata centrum, enkele nieuwe woonwijken aan de rand (bijv. Gata Residencial), en verspreide campo-huizen in het buitengebied.

Gata de Gorgos is een traditioneel Spaans dorp bekend om vlechtwerk en gitaarbouw, gelegen langs de rivier Gorgos (ook wel Jalón-rivier) halverwege tussen Jávea en Ondara. Het dorp ligt op ongeveer 70 m hoogte in een vallei die van de Jalon-vallei naar de zee loopt. 

Klimaat: Gata heeft een klimaat vergelijkbaar met dat van Pedreguer en Jalón, maar dan iets gematigder omdat het een doorstroomgebied is voor lucht. Zomers zijn warm tot zeer warm (30–34°C in juli/augustus), maar vaak voelt Gata iets minder heet aan dan de hogere Jalon-vallei, doordat een bries van de kust via de Gorgos-vallei doordringt. De ligging ten westen van Jávea betekent dat de zeewind ’s middags Gata kan bereiken. In de avonden koelt het af tot rond 18-20°C. Winters zijn mild: in januari rond 16°C overdag en 5-7°C ’s nachts. Doordat Gata wat verder van de zee ligt dan bijvoorbeeld Moraira, kunnen winterochtenden fris zijn. Toch bevriest het vrijwel nooit, de bergflanken ten noorden en zuiden van het dorp (zoals de Caballo Verde-heuvels) houden extreme kou buiten.

Neerslag & wind: Als het regent in de Marina Alta, krijgt Gata ook zijn deel, maar zware buien trekken soms nét voorbij. De jaarlijkse neerslag ligt rond de 500 mm. In de herfst kan de Gorgos-rivier volstromen, wat in het verleden tot kleine overstromingen heeft geleid van de laagste delen langs de oever. Het dorpscentrum ligt echter iets hoger en bleef meestal vrij van waterschade. Wind is in Gata doorgaans matig, de meest voorkomende bries is de zeewind uit oostelijke richtingen in de namiddag. Af en toe steekt de Poniente (westenwind) op die warme droge lucht brengt uit het binnenland, waardoor Gata op zo’n dag flink kan opwarmen (soms >35°C, maar dit is incidenteel in hoogzomer). De omliggende heuvels bieden wel enige bescherming tegen de zwaarste windstoten. De vallei is tamelijk smal, dus stormwinden uit zee verliezen wat kracht.

Woonklimaat: Gata de Gorgos is qua beleving een rustiek dorp met voornamelijk lokale bewoners en een handvol expats. Het klimaat is iets continentaler dan direct aan de kust, wat inhoudt: héél zonnig (weinig zeemist), iets lagere luchtvochtigheid en wat grotere temperatuurschommelingen. Het voordeel is dat men zelden airconditioning vol nodig heeft ’s zomers, omdat de droge warmte draaglijker aanvoelt en men ’s avonds goed kan ventileren.

In de winter is het overdag vaak zonnig en kun je op het terras van de bar in het dorpscentrum zitten, maar zodra de zon onder is merk je dat het sneller afkoelt. Gata’s (relatief) nieuwe woonwijk (Gata Residencial) ligt op een kleine heuvel net buiten het dorp en heeft open zicht richting zee. Je rijdt hier in Monte Pedreguer de berg op. Daar waait het iets meer en heb je wat langer avondzon. Vergeleken met omliggende dorpen: Gata is koeler dan Jávea in de winterochtend, maar warmer dan bijvoorbeeld Benissa dorp. Het is droger dan Teulada of Benissa, want Gata ligt in de regenschaduw van de Bernia keten. Daardoor is Gata een fijn droog microklimaat voor wie reuma heeft of de vochtigheid van de kust wil vermijden. Veel oude huizen hebben hier bijvoorbeeld geen schimmelproblemen, iets wat dichter bij zee soms wel speelt.

Moraira – oud vissersdorpje met beschut klimaat

  • Wijken: Moraira-centrum & havenEl Portet (chique baai en villawijk ten westen), Paichi/Sabatera (villawijken net landinwaarts), Benimeit (heuvelwijk met uitzicht), Moravit & Pla del Mar (wijken nabij centrum), en aangrenzend San Jaime (golfurbanisatie deels Teulada/Benissa).

Moraira is een geliefde badplaats aan de kust. Het staat bekend om haar pittoreske haven, kleinschalige bebouwing en luxe villa’s.  

Klimaat: Moraira profiteert van een uniek microklimaat, dat door de Wereldgezondheidsorganisatie als een van de gezondste ter wereld is bestempeld. De ligging aan een ingestulpte kustlijn, beschut door heuvels en kliffen (zoals Cap d’Or bij El Portet en de heuvels richting Benissa), maakt dat Moraira minder last heeft van harde wind en extreme temperaturen. Gemiddeld is de jaartemperatuur zo’n 18°C. In de winter schommelt het rond 16-18°C overdag en koelt ’s nachts af tot circa 8-10°C. Vorst komt hier praktisch niet voor. In de zomer blijft Moraira meestal onder de 35°C; veel dagen zijn 28-32°C met een briesje. De zonneschijn is hier uitbundig. Meer dan 2800 uur per jaar, wat betekent dat het gros van de dagen zonnig is. Regen valt er minder vaak dan elders, gemiddeld misschien 450-500 mm/jaar en beperkt zich tot enkele dagen in het najaar en wat schaarse buien in het voorjaar.

Beschutting & wind: Moraira’s kust is door de Cap d’Or klif (bij El Portet) en de heuvels richting Calpe enigszins omsloten. Hierdoor is er luwte. Het dorp zelf heeft weinig hoge bebouwing die windtunnels vormt. De bries die er is, komt meestal uit noordoost of oost over zee en wordt deels afgeremd door de rotsachtige kustlijn. Hierdoor voelt Moraira minder tochtig aan dan open stranden zoals in Dénia. Bij storm op zee is Moraira natuurlijk niet geheel windvrij, maar windvlagen worden gedempt. San Jaime en Benimeit, hoger op de heuvel richting het binnenland, vangen iets meer wind maar nog steeds minder dan vergelijkbare hoogtes elders, door diezelfde ruige kustlijnbeschutting. Een lokaal spreekwoord zegt: ‘In Moraira hoor je de wind, in Benitachell voel je hem’ wat aangeeft dat de directe kustplaats zelf vaak rustiger weer heeft dan het iets hoger gelegen achterland.

Vocht & temperatuur: Moraira kent een relatief lage luchtvochtigheid ten opzichte van Jávea. Doordat er geen grote berg direct achter ligt die vocht vasthoudt, waait overtollige vochtige lucht doorgaans weg langs de kust. Dit betekent minder kans op nevel en benauwdheid. In de praktijk merk je dat bijvoorbeeld wasgoed in Moraira sneller droogt in de zomer dan in Jávea. De temperatuurschommelingen zijn mild. Het zeewater dat ’s zomers opwarmt, geeft ’s winters wat warmte af, waardoor de winteravonden zacht blijven. Tegelijk zorgt datzelfde water ervoor dat het ’s zomers niet bloedheet wordt, omdat de zeebries verkoelt. Zo heeft Moraira een zeer evenwichtig klimaat, ideaal voor wie het hele jaar door buiten wil leven. Men zegt wel dat je in Moraira op 300 dagen per jaar buiten kunt ontbijten dankzij het microklimaat, en dat lijkt niet overdreven. Oké misschien afgelopen jaar met al die regen wel.

Woonwijken & zon:

  • Centrum & Pla del Mar: liggen direct aan zee, pal zuidgericht. Hier is volop zon, zeker in de winter wanneer de zon zuidelijk staat en over zee binnenvalt. De boulevard is ’s winters op het middaguur een zonneterras. ’s Avonds zakt de zon achter de heuvel van Cap d’Or, maar tot zonsondergang heb je open zicht (geen hoge bergen direct west).
  • El Portet: heeft oriëntatie op het zuidwesten. Deze wijk krijgt wat later op de ochtend zon (de Cap d’Or kan vroege zon even blokkeren), maar geniet vervolgens tot de avond van zonneschijn. In de winter verdwijnt de zon hier iets eerder achter de westelijke heuvels, waardoor de baai rond 16:00 al in schaduw kan komen in december. Toch is de beschutte ligging zo gunstig dat het er zelden koud aanvoelt.
  • Heuvelwijken (Paichi, Sabatera, Benimeit): deze liggen hoger en vaak iets landinwaarts. Ze kijken meestal zuid of oost. Hoe hoger, hoe beter het uitzicht, maar ook hoe meer wind. In de winter is het in deze wijken nog steeds mild, maar een woning op een open helling kan net wat meer afkoelen door wind ’s avonds. De slimste huizen zijn dan ook zo gebouwd dat terrassen beschut liggen. Veel villa’s hier hebben zuidoriëntatie voor maximale winterzon.
  • Aangrenzende gebieden (San Jaime, onderdeel van Benissa/Teulada): Hoewel officieel deels in buurgemeentes, voelen deze wijken als Moraira. San Jaime (bij de golfbaan) ligt iets hoger en opener; hier heb je eerder wind en iets grotere dagelijkse temperatuurverschillen, maar ook prachtige vergezichten en zonsondergangen.

Populariteit: Moraira is zeer gewild om te wonen vanwege deze combinatie van klimaat en kwaliteit van leven. Het is kleinschalig gebleven (geen hoge flats) en omringd door groene heuvels en de zee, wat een exclusieve sfeer geeft. Het geeft af en toe zelfs een beetje de Mallorca vibes. De criminaliteit is laag, de lucht schoon en de gemeenschap internationaal maar gemoedelijk. In vergelijking met drukkere steden heeft Moraira minder voorzieningen op grote schaal (geen grote shopping malls bijvoorbeeld), maar de meeste vinden de rust en charme belangrijker. Klimaattechnisch onderscheiden Moraira en omgeving zich door zeer milde winters – men ziet hier veel overwinteraars omdat je in januari geregeld in een T-shirt op het terras kunt zitten. Ook worden de zomers als plezierig ervaren. Geen extreme hitte dankzij de ligging. Moraira is geliefd en daardoor ook het duurste dorp in de regio.

Benitachell (en Cumbre del Sol) – Landelijk dorp en prachtig uitzicht

  • Wijken: Benitachell dorpskernLos Molinos (villawijk landinwaarts), Cumbre del Sol (groot urbanisatie op kustplateau), Valle del Portet (vallei tussen Moraira en Cumbre).

Benitachell (of in Valenciaans: Benitatxell) is een dorpje dat iets landinwaarts op een heuvel ligt, tussen Jávea en Teulada en Moraira in. De gemeente strekt zich echter uit tot aan zee, waar het spectaculaire woongebied Cumbre del Sol op de kliffen is gebouwd. Klimaat in het dorp: Benitachell zelf (het dorp) ligt op ca. 120 m hoogte, ongeveer 3 km van de kust. Hier is het klimaat een mengeling van binnenlands en maritiem. De zee is dichtbij genoeg om extreme hitte te temperen, maar omdat het dorp achter een heuvelrug ligt krijg je niet de volle zeebries zoals Moraira. Zomers zijn heet (overdag 32-35°C in juli/augustus), en ’s nachts koelt het vaak af naar 20°C of iets daaronder, waardoor het aangenaam kan afkoelen. In de winter ligt de middagtemperatuur rond 15-17°C, en nachten koelen af naar 7°C.

Het dorp ligt op een zuidwestelijke helling, waardoor het veel zon pakt en relatief weinig last heeft van de vochtige zeelucht (die waait vaak over het dorp heen richting de vallei erachter). Benitachell is dus net wat droger en helderder qua weerbeeld dan de lagergelegen kust. Vaak zie je beneden bij Moraira een beetje nevel boven zee hangen, terwijl het in Benitachell strakblauw is. Regen valt hier vooral in de vorm van korte buien in voor- en najaar. Het dorp zelf heeft weinig last van wateroverlast; het water stroomt via diepe barrancos (kloven) richting zee. Wel waait de wind bij storm eerder om het dorp heen dan elders, want Benitachell ligt open naar het noorden en oosten. Een noordenwind (Tramontana) voelt men hier bijvoorbeeld sterker dan in Jávea (dat door Montgó beschermd wordt). Dit komt echter niet vaak voor. Meestal is het weer kalm tot licht briesje.

Cumbre del Sol: Dit is een opvallend woongebied van Benitachell, gelegen op een hoogplateau direct aan zee, met kliffen die 100-200 m boven zeeniveau oprijzen. Het is hier prachtig en goedkoper. Dat komt omdat hethier ook wat vochtiger is en meer waait. Het microklimaat hier kan verschillen van dat in het dorp.

Temperatuur & zon: Op Cumbre del Sol heb je een onbelemmerde blootstelling aan de elementen. Dat betekent dat de zon er volop brandt. Er zijn weinig bomen of hoge gebouwen, dus in de zomer kan het heet aanvoelen in de volle zon. Tegelijk staat er vaak een bries, zeker overdag, die voor verkoeling zorgt. In de winter is dit plateau heel zonnig. Huizen met zuid of zuidoost oriëntatie vangen de hele dag zon tot hij ondergaat.

Echter, huizen op de noordrand van de Cumbre (richting de klif die naar het noorden kijkt) ontvangen in de winter nauwelijks directe zon. Het is noordgericht, dus vrijwel de hele dag schaduw. Dat kan kil zijn. Het is hier koud vochtig en winderig. De huizen hebben hier sneller schimmel en zijn bijna niet warm te krijgen. Daarom is oriëntatie op Cumbre cruciaal. De meest geliefde kavels zijn zuid/oost gericht met uitzicht op zee én de hele dag zon. 

Wind: Door de hoogte en open ligging krijgt Cumbre del Sol de volle laag van de wind, zowel van zee als land. Op een briesige dag is het er heerlijk verkoelend, maar bij stevige wind kan het oncomfortabel zijn op onbeschutte terrassen. Windstoten (Levante stormen of Poniente) kunnen vrij spel hebben en zijn sterker dan beneden in Moraira. Bewoners leren hier hun terrassen te situeren uit de wind of plaatsen windschermen.

Neerslag: Wanneer het regent, krijgt dit plateau de volle regen direct van zee. Afwatering is gelukkig goed (steile wegen naar beneden), maar het kan spoken qua weer. Gota fría-buien hebben hier wel eens tot modderstromen geleid die langs de wegen naar beneden liepen. Omdat Cumbre zo rotsig is, zakt water minder in de bodem; dat betekent grote plassen in de straten tijdens hoosbuien, maar ook dat het snel richting zee stroomt.

Woonkarakter: Benitachell-dorp is een rustig boerendorpje, een stuk minder toeristisch dan Moraira of Jávea. Mensen die hier wonen, houden van het Spaanse dorpsleven en gunstige huizenprijzen vergeleken met de glitz van de kust. Cumbre del Sol daarentegen is vrijwel geheel internationaal en vakantiegericht, met spectaculaire uitzichten als grootste troef. Vanuit Cumbre zie je op een heldere dag Ibiza liggen en heb je rondom zeegezichten. De mooiste uitzichten komen echter met het offer van wind. De Cumbre del Sol is een ansichtkaart omgeving met intense blauwtinten van de zee. Het is populair bij fotografen en klimmers vooral bij de Moraig-klif. In de zomer heb je hier echter niets te klagen: geen muggen (want te hoog/droog), altijd een bries en verkoelende nachten. In de winter moet je zorgen voor een plekje uit de wind. 

Populairheid: Benitachell is minder bekend, maar Cumbre del Sol heeft de laatste jaren aan populariteit gewonnen door nieuwbouwprojecten en de spectaculaire natuur. Prijstechnisch is het aantrekkelijker dan Moraira/Jávea, wat veel kopers trekt. Let wel: voor voorzieningen rijd je even naar het dorp of Moraira/Jávea.

Teulada – Wijndorp op de heuvel

  • Wijken: Teulada historisch centrum, uitbreidingswijken rond het dorp, en landelijke caseríos (boerderijen) in het ommeland.

Teulada is het historische dorp dat samen met kustdeel Moraira één gemeente vormt (Teulada-Moraira). Het dorp ligt ongeveer 6 km landinwaarts van Moraira, op een heuvelrug op ca. 200 m hoogte. Klimaat: Door deze ligging is Teulada iets koeler en droger dan Moraira. In de zomer kunnen maximale temperaturen iets hoger oplopen (34-36°C op piekdagen) omdat de zeebries minder direct doordringt tot boven op de heuvel. Echter, de hoogte zorgt ook voor enigszins lagere luchtvochtigheid en ’s avonds meer afkoeling.

Vaak waait er ’s nachts een briesje vanaf het binnenland. In de winter zijn de dagen in Teulada mild (14-16°C in jan.), maar de nachten kunnen vrij fris zijn. De nachten zijn geregeld rond 5°C en soms een graadje vorst in het buitengebied. Dit komt doordat Teulada openligt naar het noordwesten. Bij heldere winternachten vloeit koude lucht van de binnenlanden naar deze hoogte. Toch zal het in het dorp zelf zelden echt vriezen door de warmte die de bebouwing vasthoudt. Neerslag volgt ongeveer hetzelfde patroon als Moraira. Weinig regen en vooral najaarsbuien. Doordat Teulada hoger is, kan het net iets meer regen opvangen van passerende wolken (die wat tegen de heuvelrug stuiten). Maar grote verschillen zijn er niet, ook hier valt er zo rond 500 mm per jaar.

Wind & zon: Teulada krijgt meer wind vanaf land. In de zomer betekent dat fijne briesjes die vanaf de bernia/vallei-kant komen in de avond. Dit is heerlijk verkoelend. Overdag is wind meestal zwak. De zeewind bereikt wel Teulada maar vaak later en zwakker (hij wordt deels tegengehouden door de eerste heuvels langs de kust). In de winter kan een koude noordwestenwind soms voelbaar zijn, iets dat Moraira beneden nauwelijks merkt. Zo kan het voorkomen dat het in Moraira windstil en 18°C is, terwijl het in Teulada 16°C is met een fris briesje.

Zonuren zijn in Teulada overvloedig, maar de mist van zee zie je hier bijna nooit. Wel is er soms ochtendmist uit de vallei van Benissa/Teulada zelf, maar dat is sporadisch en verdwijnt snel. De zon staat hoog genoeg om het dorp van zonsopkomst tot zonsondergang licht te geven, behalve waar gebouwen schaduw werpen. Omdat Teulada op een zuidhelling ligt, krijgt het dorp zelf veel zon, zeker richting middag. De noordkant van de Teulada-heuvelblijft langer koud, maar de dorpskern is gunstig gelegen.

Wonen: Teulada is een traditioneel Spaans dorp met een authentieke sfeer. Het trekt minder buitenlandse bewoners dan Moraira, al vestigen zich er wel steeds meer mensen die de echte Spaanse gemeenschap waarderen en toch dicht bij de kust willen zitten. Er zijn nog echt van die kneuterige tentjes. Ca Toni is een favoriet van ons. Ook zijn er mooie bodega’s en wijngaarden. MonteSanco is echt een mustvisit. Hun rode wijn, de Bobal behoort tot 1% van de beste wijnen van de wereld.

Het klimaat is net iets continentaler dan aan zee. Dit betekent dat je misschien iets meer moet stoken in de winteravonden en geen directe strandbries hebt in augustus, maar verder is het verschil klein. In vergelijking met bijvoorbeeld Jalón is Teulada overigens nog steeds milder (door de zeenabijheid en lagere hoogte). Overstromingen komen niet voor, het dorp ligt hoog en droog. Teulada’s wijngaarden rondom profiteren van de iets koelere winters: in januari kan het koud genoeg worden om de wijnstokken hun rust te geven, maar nooit zo koud dat er schade is. Dit is perfect voor de muskaatdruiven waar de regio bekend om staat. De moscdatel. Dus, Teulada biedt een gezond, iets koeler microklimaat dat nog steeds 100% mediterraan is: veel zon, geen sneeuw en zomers die weelderige oogsten opleveren.

Calpe – De iconische rots

  • Wijken: Calpe-Centrum (historische kern en modern stadscentrum), Playa Arenal-Bol (hoofdzandstrand met boulevard), Playa La Fossa/Levante (tweede strand bij de Ifach-rots), Las Salinas (gebied rond het zoutmeer), Maryvilla (villawijk op westelijke heuvel), Calpe Hills/Empedrola (villawijken in de heuvels landinwaarts), Mascarat (aan noordkant bij Altea-grens).

Calpe is een bekende badplaats, herkenbaar aan de Peñón de Ifach  een 332 m hoge rots die de zee in steekt en als scheidslijn fungeert tussen de twee belangrijkste stranden. Klimaat algemeen: Calpe heeft een klassiek Costa Blanca-klimaat met milde winters en hete zomers. In januari is het gemiddeld 16°C overdag en 7-8°C ’s nachts; vorst komt vrijwel nooit voor aan de kust. In juli/augustus ligt de gemiddelde max rond 30°C, al zijn pieken van 35°C tot 40°C mogelijk op windstille dagen.

De Ifach-rots en omringende bergen (zoals de Oltà en de Bernia keten richting het achterland) beïnvloeden het microklimaat subtiel. Zo ligt Calpe in de luwte van de Bernia voor noordelijke wind. De koude noorderwinden worden deels geblokkeerd, waardoor Calpe in de winter vaak net iets warmer blijft dan plaatsen verder landinwaarts. Tegelijk kan in de zomer de bries tussen de Ifach-rots en de kustlijn kanaliseren. Wat aan de oostkant (Playa La Fossa) voor een heerlijke verkoeling zorgt op warme dagen, als een natuurlijke airco bij het strand. Gemiddeld valt er rond 500-550 mm neerslag per jaar, met een piek in de herfst. Het zoutmeer (Salinas) in het midden van Calpe duidt erop dat het gebied relatief vlak is en water vasthoudt; bij extreme regen (gota fría) kan dit meer uitzetten en de omliggende paden onder water zetten, maar de woonwijken blijven doorgaans veilig.

Wijkgerichte nuances:

  • Strandwijken (Arenal-Bol en La Fossa): Direct aan het strand is het klimaat gematigd door de zee. In de zomer waait vrijwel elke middag een zeewind van de Middellandse Zee die de gevoelstemperatuur aangenaam houdt. De Peñón de Ifach zorgt ervoor dat de windrichting om de rots heen buigt: aan de ene kant (Arenal-strand, ten zuiden van de rots) kan de wind iets uit het zuiden komen, terwijl aan de andere kant (La Fossa, ten noorden) deze meer oostelijk is. Dit merk je als je van het ene strand naar het andere loopt, soms valt de wind weg achter de rots en is het opeens heel warm en stil of andersom. In de winter bieden de rots en de omliggende gebouwen veel beschutting, waardoor je op terrassen uit de wind in de zon kan zitten zelfs op frisse dagen. Calpe’s boulevards liggen pal zuid (Arenal) en noordoost (La Fossa), de zuid georiënteerde Arenal is ’s winters zonnig tot laat in de middag, terwijl La Fossa in de namiddag wat meer schaduw krijgt door de rots en de bergen in het westen.
  • Centrum/Salinas: Het binnenlandiger deel van Calpe, rond het zoutmeer en de oude stad, ligt iets meer beschut van zee-invloeden. Hier kan het in de zomer iets heter zijn omdat de wind afgezwakt wordt door gebouwen en reliëf. Het zoutmeer kan op warme dagen voor een beetje broeierig microklimaat zorgen (het water verdampt en houdt warmte vast). Tegelijk heeft dit gebied weinig tocht, dus in de winter is het er vaak een paar graden warmer dan open kust: de warmte van stad en water houdt de kou tegen. Vogels op de Salinas getuigen van het milde klimaat, flamingo’s verblijven er ’s winters dankzij het relatief warme water.
  • Heuvelwijken (Maryvilla, Empedrola): Deze liggen hoger en verder van zee. Maryvilla in het westen van Calpe is gebouwd tegen de hellingen van de Ifach-voorlopers en kijkt zuidoost uit over de baai. Omdat hoe hoger hoe meer wind geldt, vangen villa’s bovenin Maryvilla sterke windvlagen, vooral bij noorden- of oostenwind. Het uitzicht is briljant. Maar doordat het hier vaak veel te hard waait, zit je vaker binnen dan buiten. Gelukkig zijn niet alle dagen stormachtig en hebben slimme ontwerpers hier windluwe hoekjes gecreëerd. Maryvilla ziet in de winter de zon later opkomen (want oostelijke oriëntatie, de berg houdt de eerste zon tegen) en heeft in de namiddag volop zon tot die achter de bergen ondergaat. Dit zijn wel dingen waar je goed op moet letten als je gaat bezichtigingen. Hierdoor lijken huizen gunstiger qua prijs. Maar je moet je afvragen of je daar wel wil wonen.
  • Empedrola en andere wijken aan de zuidkant van Calpe liggen richting Bernia of Oltà berg. Die bieden wederom grandioze uitzichten. Soms zelfs tot aan de skyline van Benidorm. ’s Winters kan een woning op zo’n open heuvel koud aanvoelen als het waait, terwijl het beneden in de stad zacht weer is. In de zomer echter zijn deze hoogten vaak net wat frisser door de wind en lagere luchtvochtigheid, en ’s nachts koeler, wat de bewoners juist appreciëren. Deze huizen zijn dus beter geschikt als vakantiehuis in de zomer.
  • Mascarat/Canuta (noordkant): Dit gebied bij de grens met Altea, rondom de jachthaven en de tunnel naar Altea, is weer anders geörienteerd (meer noord/oost gericht). Hier komt de zon op het middaguur recht op de kliffen, maar in de winter gaat hij al vroeg achter de hoge bergen van Sierra de Bernia ten westen onder. Daardoor hebben sommige appartementen hier in december na 15:00 geen zon meer. Het is er wel heel beschut tegen zuidwestenwind (Bernia houdt dat tegen). Dit microklimaat is wat koeler in de winter, maar aangenaam in de zomer (noordkant dus geen brandende namiddagzon op de gevel).

Vergelijking en leven: Calpe is wat dynamischer dan Moraira of Jávea: meer hoogbouw en toerisme. De hoogbouw creëert eigen microklimaat (de bebouwing houdt warmte vast en schermt wind af). Hierdoor voelt de stadskern in de winter vaak warmer en in de zomer soms drukkender dan de open natuur net erbuiten. Calpe is zeer geliefd bij zowel toeristen als residenten die houden van faciliteiten (winkels, restaurants) en een levendige sfeer. Je hebt een grote brede boulevard en een fantastisch zandstrand. Top om hier in de vroege uurtjes hard te lopen en fantastisch om met kindjes naar dit strand te gaan.

Het mooiste uitzicht in Calpe krijg je vanaf de hoger gelegen punten. Maar dan zit je ook in de wind. Overstromingen zijn zelden een issue in Calpe. Wel kan na zware regen de afvoer in laaggelegen straten moeite hebben, maar de aanwezigheid van de Salinas (die overtollig water opvangt) en goede stadsafwatering maken dat probleem snel kortstondig. Samenvattend heeft Calpe een zeer zonnig en zilt klimaat, met milde winters (dankzij zee en beschutting).

Benissa – Uitgestrekte gemeente van bergen tot zee

  • Wijken: Benissa pueblo (historisch stadje landinwaarts), Benissa Costa (kustzone met urbanisaties zoals Baladrar, La Fustera, Montemar, Buenavista, San Jaime), Binnenland (finca-gebieden bij Pedramala, Berdica, Sierra de Bernia).

Benissa is een oude marktstad die zowel een stukje kust als een groot binnenland omvat. 

Klimaat in Benissa stad: Het stadje Benissa ligt op ongeveer 250 m hoogte, zo’n 7 à 8 km van de kust. Hierdoor heeft het een merkbaar ander klimaat dan de kustdorpen. ’s Zomers is het er iets koeler in de avond. De hoogte en afstand van zee laten het kwik dalen. Je kunt dan soms zelf lekker met de ramen open slapen. Overdag kan het wel heet zijn, tot 40°C, maar vaak net een tikje minder benauwd dan beneden aan zee omdat de lucht droger is. In de winter is Benissa duidelijk frisser. Gemiddelde maximale temperaturen rond 13-15°C in januari en minima die regelmatig richting 3-4°C gaan. Het is een van de weinige plekken in de Marina Alta waar incidenteel wat rijp op daken of autoruiten te zien is. Sneeuw valt hier eigenlijk nooit.

Neerslag: Benissa krijgt iets meer regen dan de kust, vooral aan de voet van de Sierra de Bernia die doorstijgt tot 1100 m. Wolken uit zee stuiten op dit gebergte en kunnen daar hun lading lossen. Vooral Pedramala en de wijken hoger tegen Bernia aan merken dat. Zij hebben weelderige terrassen en groen, dankzij wat extra vocht. Gemiddeld valt er misschien 600 mm per jaar in Benissa en op Bernia zelf nog meer. In Benissa dorp zelf is regen verspreid en zelden een probleem. Het water stroomt de heuvels af naar lagergelegen gronden.

Kust (Benissa Costa): Het kustgedeelte van Benissa is zeer bijzonder: het is geen echte kern, maar een lange strook van ruim 4 km kustlijn tussen Moraira en Calpe, met inhammen, kliffen en kleine baaitjes. Hier liggen diverse urbanisaties. Het klimaat van Benissa Costa lijkt sterk op dat van Moraira en Calpe, afhankelijk van welk deel dichterbij is. Het oostelijke deel (rond La Fustera, dichter bij Calpe) krijgt wat meer invloed van Calpe’s open baai en bries, terwijl het zuidwestelijke deel (rond Baladrar, dichter bij Moraira) meer Moraira’s luwte ervaart. Over het algemeen is Benissa Costa zonnig en zacht: 17-18°C in de winterdag, zomers 30°C gemiddeld. Echter, achter de kust rijst het plateau van Benissa vrij snel.

Veel van de kusturbanisaties liggen op hellingen die omhoog gaan richting Benissa. Dat betekent dat als je bijvoorbeeld in Montemar of Montetemar (een wijk net landinwaarts van de kustweg) woont op 150 m hoogte, je klimaat al iets anders is dan beneden aan de baai. Je hebt daar boven fraai uitzicht en iets meer wind, en ’s winters is de namiddagzon korter aanwezig. De hoogvlakte van Benissa achter je blokkeert de laatste zonnestralen al vroeg in de avond (zeker in december al rond 15:30-16:00 schaduw). De lage kuststrook direct aan zee (zoals bij strandje La Fustera) heeft dat niet. Die heeft de zon tot later. Dit maakt dat in de winter sommige huizen in Benissa Costa’s hoger gelegen straten meer in de schaduw zitten, terwijl beneden bij zee mensen nog in de zon wandelen of een snelle duik nemen. Sommigen verkiezen juist die hogere ligging in de zomer, want dan is het daarboven minder bloedheet en heb je vanaf de namiddag schaduw en koelte. Het is een afweging.

Wind: De kust van Benissa is open naar het oosten en zuidoosten. Bij oostenwind kan het stevig waaien en de zee onrustig maken. De kliffen bieden dan beperkte beschutting. Aan de andere kant, de zuidwestenwind (Poniente) uit het binnenland bereikt de kust meestal afgezwakt, omdat het plateau van Benissa het ergste wind eruit haalt. Boven op dat plateau zelf (Benissa dorp en Pedramala) kan het flink waaien, maar beneden aan de Benissa Costa merk je daar veel minder van.

Binnenland (Bernia, Pedramala): Het noordwestelijk deel van Benissa gemeente ligt in de bergen. Hier heerst een microklimaat dat kouder en natter is. Bernia heeft zelfs in de winter af en toe vorst en op de top sneeuw. Dit komt niet zo heel veel voor. In de zomer is het er echter juist koeler (op 600-800 m hoogte scheelt dat wel 5°C minder dan aan zee). Pedramala is een hoogvlakte op circa 300 m met fincas en wijngaarden. Dit gebied vangt in de wintermaanden heerlijke volle zon (zuidhelling), maar kan ’s avonds erg afkoelen. Voor liefhebbers van landelijk klimaat (frisse nachten, heldere luchten, krekels ’s zomers) is dat paradijselijk.

Wonen & vergelijking: Benissa stad is minder populair bij buitenlandse kopers dan de kust, vooral door het koelere winterklimaat en het feit dat het geen directe zeeverbinding heeft. Toch zie je dat Benissa enorm populair begint te worden. Toch kiezen sommige mensen juist voor de authentieke sfeer en nemen de iets strengere winters op de koop toe, met een kachel of centrale verwarming is dat prima te doen in ruil voor een ruim huis en tuin voor lagere prijzen. Benissa Costa daarentegen is zeer gewild, je hebt er grote percelen met zeezicht, dichter bij Calpe of Moraira, maar zonder in de drukte van een toeristisch centrum te zitten. Het klimaat daar is haast net zo mild als Moraira, alleen moet je letten op locatie (een huis diep in een beboste barranco kan bijvoorbeeld in de winter deels schaduw hebben en vochtiger zijn, terwijl eentje op de klif volle zon krijgt maar meer wind). 

Uitzichten zijn in Benissa vaak adembenemend. Veel woningen kijken uit over de baai van Calpe of richting Moraira. Zoals eerder genoemd, hoge ligging geeft panorama maar ook wind, iets om in gedachten te houden. In het algemeen kun je zeggen dat Benissa een klimaatkameleon heeft, van zeer mild mediterraan aan de kust tot bijna bergklimaat op Bernia. Maar in het bewoonde deel waar de meeste huizen staan, heb je een ideaal mengsel: zonnig, iets minder vochtig, weinig drukte. Het is geen toeval dat hier, verstopt langs de bergwegen, veel luxe villa’s en oude finca’s van welgestelden liggen, ze wisten de rustige microklimaten te vinden, weg van de zeedrukte maar nog met zicht op de zee.

Altea – Artistieke badplaats met zuidelijke ligging

  • Wijken: Altea dorp (centrum en oude stad)Altea la Vella (landelijk dorp aan voet Bernia), Altea Hills (luxueuze villawijk op heuvel), Mascarat/Marina Greenwich (jachthaven en appartementen aan noordkant), Cap Negret (noordelijke kuststrook), Olla de Altea (zuidelijke buitenwijk richting Alfaz).

Altea wordt vaak de meest artistieke en mooie stad van de Costa Blanca genoemd, met haar witte kerkkoepel en schilderachtige oude binnenstad op een heuvel. Maar ook qua klimaat heeft Altea veel te bieden. Het ligt aan de open baai van Altea, gericht op het zuiden. Het wordt in het noorden beschut door de hoge Sierra de Bernia (1128 m). 

Klimaat: Doordat Altea op het zuiden/zuidwesten georiënteerd is, vangt het het hele jaar door veel zon. In de winter staat de zon laag in het zuiden. Ideaal voor Altea, want de hele stad is naar het zuiden gericht, waardoor bijna elk terras en balkon zon krijgt op de middag. De temperaturen liggen in januari rond 16-18°C overdag, iets hoger dan elders doordat Bernia koude noorderwinden blokkeert en een föhn-effect kan geven (droge warme valwind bij noordenwind). ’s Nachts koelt het af tot 7-9°C, milder dan in de plaatsen direct achter Bernia (Alfaz of La Nucía zijn koeler). In de zomer is Altea warm, maar de baai zorgt voor een bries en Bernia houdt de ergste hittegolven soms tegen. Gemiddeld is het 30°C in juli, met ’s nachts 22-24°C (wel iets hogere luchtvochtigheid omdat de baai relatief beschut is, waardoor vochtige lucht niet altijd snel wegtrekt). De ligging aan een brede baai betekent dat Altea iets minder wind van zee krijgt dan bijvoorbeeld Calpe. De wind spreidt zich uit over de hele boog. Dit maakt de zomerlucht soms wat stilstaand in het oude centrum. In de smalle straatjes kan het dan drukkend warm worden op de middag. Toch zijn er vaak thermische winden. Wind vanuit het binnenland richting zee in de avond, die de warmte uit de stad verdrijft. Regen is schaars. Altea zit deels in de regenschaduw van Bernia en de bergen bij Puig Campana. Jaarlijks rond 450-500 mm, vaak in herfstbuien.

Microklimaat wijken:

  • Oude Stad & centrum: Gelegen op een heuvel direct aan zee, zuidwest georiënteerd. Dit deel heeft misschien wel het beste microklimaat: de witte gebouwen weerkaatsen de zon, de helling zorgt dat koude lucht naar beneden glijdt en de nabijheid van water tempert de temperatuur. In de winter is het in de nauwe steegjes uit de wind heerlijk zonnig; men ziet locals in januari buiten zitten schilderen of gitaar spelen in de zon. In de zomer kan het in de steegjes juist bloedheet zijn rond siëstatijd, maar gelukkig brengt de avond hier verkoeling vrij snel als de zeebries weer wat aantrekt en de stenen afkoelen.
  • Cap Negret & La Olla (kuststroken): Dit zijn de gebieden ten noorden en zuiden van het centrum langs de kustweg. Ze liggen vlak aan zee en vangen de bries vol. Hierdoor voelt het ’s zomers iets koeler aan hier, maar in de winter bij een harde oostenwind ook kouder (de wind komt direct van zee). De kiezelstranden hier warmen minder op dan zand, wat betekent dat de omgeving iets frisser blijft aan het waterkant. In de winter zijn deze zones echter zonnig en open. Geen bergen die de zon wegnemen totdat heel laat (alleen de heuvel van Altea zelf kan vroeg in de ochtend voor schaduw zorgen op Cap Negret).
  • Altea la Vella & binnenland: Dit dorpje ligt achter Altea, dichter onder de Bernia. Hier is het binnenlandklimaat merkbaar: iets koelere winters (Bernia werpt vroege schaduw in de namiddag en houdt de warmte minder vast) en iets minder vocht van zee. Zomers kan Altea la Vella juist heter zijn overdag, omdat er minder zeewind doordringt achter de eerste heuvels. Veel citrusgaarden hier duiden op een microklimaat. Sinaasappels en citroenen gedijen want vorst is zeldzaam, maar ze krijgen net genoeg kou in de winter voor de groeicyclus.
  • Altea Hills & Sierra de Altea: Dit is de beroemde luxe villawijk op de flanken van Bernia, tussen 100 en 400 m hoogte, met uitzicht op de baai. Altea Hills is prachtig gelegen op zuidoosthellingen, wat betekent dat men ’s ochtends en tot in de middag zon heeft, maar laat in de middag/avond verdwijnen de zonnestralen achter de bergkam. In de winter is dat effect sterker (vroeg donker), in de zomer langer licht. Het voordeel van de hoogte is frisse lucht en minder muggen. Het nadeel is wind. Zoals eerder aangegeven: hoog gelegen wijken als Altea Hills kunnen flink wat wind vangen. Vooral de topkavels hebben schitterend vrij uitzicht, maar elke bries wordt daar een windstoot. Terrassen in Altea Hills zijn dus vaak voorzien van glaswanden of nissen om beschut buiten te kunnen zitten. Je zonnescherm moet echt in als je weggaat. De temperatuur is een paar graden lager dan zeeniveau, wat in augustus welkom is en in januari betekent dat je af en toe de trui wat eerder aan moet. Toch is Altea Hills zeer geliefd, want ook hier geldt dat de Montgó- en Bernia-bergruggen de noordelijke kou tegenhouden en men spreekt van een bijzonder gezond microklimaat. Veel dagen per jaar heb je op Altea Hills een prachtig helder uitzicht omdat de lucht schoon geblazen wordt. Smog of nevel blijft vaak beneden hangen.
  • Mascarat/Marina Greenwich: Dit is het gebied tegen de grens met Calpe onder de Altea Hills, bij de sporthaven Campomanes. Het ligt aan de noordkant van Altea, wat betekent dat het een iets andere oriëntatie heeft (meer oost). Hier is ’s ochtends vroeg de zon direct, maar ’s middags rond 15:00 verdwijnt hij achter de hoge rotswanden van de Morro de Toix (uitloper van Bernia) in de winter. Daardoor kan het in de namiddag kil worden in de wintermaanden. In de zomer is dit juist prima, want je vermijdt de heetste zon op je gevel in de late namiddag. Mascarat is wat winderig bij oostelijke wind (wind kan door de kloof tussen Altea Hills en Morro de Toix schieten), maar verder vrij stil weer. Het water in de haven is meestal kalm, behalve bij stevige noordenwind (zeldzaam).

Waarom geliefd: Altea is al decennia geliefd bij kunstenaars en expats vanwege haar unieke sfeer en niet te vergeten het klimaat en licht. De zuidgerichte ligging geeft een speciaal licht (fotografen roemen de gouden gloed op Bernia tijdens zonsondergang, zichtbaar vanuit Altea) en zeer zonzeker weer. Altea claimt ook rond 300 zonnige dagen per jaar te hebben en dat voel je. De boulevard is het hele jaar door in gebruik. Ten opzichte van bijvoorbeeld Calpe heeft Altea minder hoogbouw en een iets koeler zomerklimaat (Calpe’s stranden kunnen heter aanvoelen door beschutting van Ifach, terwijl Altea meer open baai is met bries).

Vergeleken met Moraira/Jávea ligt Altea iets zuidelijker, maar door de bergen is het microklimaat vergelijkbaar mild. Overstromingen zijn in Altea beperkt tot eventueel de rivier Algar bij heftige regen, die kan buiten haar oevers treden richting de monding (tussen Albir en Altea), maar de stad zelf ligt op hoger terrein. Het uitzicht vanuit Altea Hills en vanaf de oude stad over zee is fenomenaal en een grote plus voor bewoners.

In Altea Hills betaal je daar wel de ‘windprijs’ voor, maar velen hebben dat er graag voor over. Samengevat biedt Altea een zeer comfortabel en zonnig microklimaat, met de geneugten van een zuidelijke oriëntatie (warme winterzon, mooie lichtval) en de bescherming van de bergen (weinige extremen). Dat, gecombineerd met de charmante ambiance, maakt het tot een van de meest gewilde plaatsen om te wonen aan de Costa Blanca Noord. Onze eerste vakantie samen was naar Altea. We zijn er nog steeds een beetje verliefd op. Het enige nadeel vinden wij dat er vaak file staat op de weg er naar toe.

Conclusie klimaat Costa Blanca Noord

In Costa Blanca Noord is het overal aangenaam wonen, maar zoals we hebben gezien, heeft elke woonplaats zijn eigen voor- en nadelen. Kustplaatsen als Dénia, Jávea, Moraira, Calpe en Altea delen milde winters en veel zon, maar verschillen door hun geografie. Het ene plaatsje vangt meer wind, de ander iets meer regen of vocht. Zo zorgt de Montgó ervoor dat Jávea en Dénia verschillende weerscenario’s kennen op dezelfde dag, en brengt de beschutting van Cap d’Or Moraira een uitzonderlijk rustig microklimaat.

In de winter in de schaduw zitten? Dat gebeurt vooral op noordhellingen en achter hoge bergen: woon je bijvoorbeeld pal aan de noordzijde van de Bernia of Montgó, dan mis je in de winter veel direct zonlicht en voelt het fris en is het vochtig. Een huis dat naar het zuiden oriënteert in deze regio is goud waard in de winter. Je hebt de hele dag zon en warmte. Daarom zijn zuid/zuidoost georiënteerde wijken (Montgó in Jávea, centrum Altea, etc.) zo geliefd. In dalen als Jalón kan een hoog gebergte aan de zuidkant (Sierra de Bernia) betekenen dat de vallei eerder in de schaduw ligt op wintermiddagen, terwijl hoger gelegen terrassen even verderop nog zon vangen.

Meest zonnig en droog: De hele Marina Alta geniet van +300 dagen zon per jaar, maar enkele plekken springen eruit. Moraira en Jávea claimen allebei dat ze ca. 325 zonnige dagen per jaar hebben. De Jalón-vallei wordt ook door kenners genoemd als een van de zonnigste microklimaten met weinig wind en lage vochtigheid. Over het algemeen geldt: de binnenvalleien (Jalón, Orba) zijn droog en zonnig, maar wel heter in de zomer. De kust heeft iets meer tempering door zeewind en soms een zeebries-wolk. Meest vochtige plekken zijn doorgaans direct aan zee bij moerasgebieden (Pego met de Marjal is vochtiger, Jávea heeft relatief hoge luchtvochtigheid). Meest droge plekken vind je landinwaarts op hoogten (Pedreguer, Jalón) waar de luchtvochtigheid vaak lager ligt en neerslag minder frequent is.

Mooiste uitzicht: Daarvoor moet je de hoogte in. Maar dan moet je een windje wel op de koop toenemen. Dat merk je in de wijken als Altea Hills, Cumbre del Sol, Maryvilla en Montgó. Vanaf daar ontvouwen zich ansichtkaart-panorama’s van zee en bergen. Bedenk wel dat zulke toplocaties samen gaan met meer wind en soms iets meer rijden naar voorzieningen. Desalniettemin zijn dit de plekken waar men verliefd wordt op het landschap: ontbijt met zeezicht en zon, maar misschien een vest bij de hand voor de wind. Aan de andere kant bieden lager gelegen wijken nabij zee (El Portet, Las Rotas, etc.) sprookjesachtige uitzichten op kabbelende baaitjes en kliffen, vaak met extra beschutting.

Gewildheid om te wonen: Uit de besproken plaatsen zijn Moraira, Jávea en Altea onverminderd populair bij internationale kopers en dat is niet vreemd. Moraira behoudt opzettelijk haar charme (geen hoogbouw) en wordt geroemd als ’the place to live’ voor wie rust, klasse en microklimaat zoekt. Het is wel heel erg Nederlands. Jávea combineert een gezonde klimaatreputatie met diversiteit aan wijken voor elke lifestyle. Van kneuterig tot schreeuwerig en van Ibiza achtige baaitjes tot de commerciële Arenal. Altea trekt kunstenaars en levensgenieters met haar schoonheid en zuidflank ligging.

Calpe spreekt mensen aan die van levendigheid en strandhouden, terwijl ze toch de milde winters meepikken. Dénia is favoriet bij wie stadse energie en gastronomie wil, zonder de regio te verlaten met Montgó op de achtergrond als klimaatbewaker. De valleidorpen als Jalón en Llíber zijn in trek bij liefhebbers van landelijk schoon en zeer gezond, droog klimaat (vaak ideaal bij gewrichts- of ademhalingsklachten). Pedreguer, Gata en Benissa bieden een meer authentiek Spaans leven en wat voordeliger ruimte, wat voor veel permanente bewoners aantrekkelijk is.

Kortom, de Costa Blanca Noord heeft voor ieder wat wils. Van Nederland onder de zon tot authentiek Spaans. We denken graag met je mee welke plek past bij jouw wensen en we wijzen je op de voor- en nadelen van de huizen en locaties. Wil jij wonen aan de Costa Blanca Noord? Zullen we dan sparren en kijken welke plek het beste bij jou past? Leuk!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *